Het is zo’n klein momentje in huis waar je nauwelijks bij stilstaat: was klaar, trommel leeg, deur dicht… en door. Toch blijkt juist dat simpele handelingetje verrassend veel uit te maken voor je wasmachine én voor hoe fris je volgende was ruikt.
Veel mensen laten de deur automatisch dichtvallen, vooral omdat het er opgeruimd uitziet. Anderen zetten ’m juist op een kier, maar twijfelen of dat wel “hoort”. En dan is er nog die andere klassieker: wat als je geen tijd hebt om de was meteen op te hangen?
Netjes oogt fijn, maar werkt het ook zo
In veel badkamers en bijkeukens staat de wasmachine in het zicht. Een openstaande deur voelt rommelig, zeker als je langsloopt of als er bezoek is. Dus hup: deur dicht en klaar.
Alleen is een wasmachine geen kastdeur. Na een wasbeurt blijft er bijna altijd vocht achter in de trommel, in de rubberen rand en in het zeepbakje. En dat vocht wil ergens naartoe.
Wat er gebeurt in een gesloten trommel
Als je de deur direct sluit, sluit je het vocht als het ware op. Het kan dan minder goed verdampen, en dat creëert de perfecte omgeving voor muffe geurtjes. Niet per se meteen, maar wel na verloop van tijd.
Die bekende “wasmachinegeur” komt vaak niet uit je wasmiddel, maar uit bacteriën en schimmel die houden van warmte en vocht. En die nestelen zich vooral in de manchet (de rubberen rand) en rond slimme hoekjes waar water blijft staan.
Deur open of dicht: wat is de slimste keuze
In de praktijk is het meestal beter om de deur na een wasbeurt even open te laten staan. Niet wagenwijd als dat onhandig is, maar minimaal op een kier zodat de trommel kan drogen.
Scroll om verder te lezen
Dat geldt trouwens ook voor het zeepbakje: ook daar blijft vocht en zeeprest achter. Door het bakje na het wassen een beetje open te laten, verklein je de kans op plakkerige resten en een nare geur.
Maar wat als je kinderen of huisdieren hebt
vervolg op de volgende pagina