De wasmachine is tegenwoordig een onmisbaar apparaat in vrijwel elk huishouden. Dagelijks draait hij trouw zijn rondjes om onze kleding weer fris en schoon te maken. Toch weten veel mensen niet precies hoe de machine werkt of waar alle functies en vakjes precies voor dienen.
Daardoor wordt de was vaak minder efficiënt gedaan, en dat kan de levensduur van zowel je kleding als je wasmachine verkorten. Een goed begrip van de functies — en met name van de drie bakjes in het wasmiddelvak — kan dus een groot verschil maken.
Meer dan alleen op “start” drukken
Veel mensen drukken simpelweg op het standaardprogramma en hopen dat alles vanzelf goed gaat. Maar moderne wasmachines zijn uitgerust met talloze wasprogramma’s en instellingen die elk hun eigen functie hebben. Wat op het eerste gezicht een wirwar aan knoppen en symbolen lijkt, is eigenlijk een doordacht systeem dat je helpt om beter, schoner en zuiniger te wassen.
De wasprogramma’s verschillen vooral in temperatuur en trommelsnelheid. Delicate stoffen zoals zijde, wol of fijne lingerie vragen om een zachte behandeling — het liefst met koud water of maximaal 30 graden. Voor alledaagse kleding zoals T-shirts, jeans of synthetische stoffen is een temperatuur van 30 tot 40 graden ideaal.
Wanneer het om beddengoed, handdoeken of babykleding gaat, is een programma van 60 graden het meest geschikt. Deze temperatuur doodt bacteriën en zorgt dat alles grondig schoon wordt. Alleen bij extreem vuile was, zoals poetsdoeken of keukentextiel, kan 90 of 95 graden nog nuttig zijn.
De drie mysterieuze bakjes: wat hoort waar?
Lees verder op de volgende pagina.